A
| 1ste lijn | Onder toezicht van de verloskundige |
| 2de lijn | Onder toezicht van de gynaecoloog |
| A terme | Uitgerekende datum |
| Aangezichtsligging | Positie waarbij de baby eerst met zijn gezicht in het geboortekanaal komt |
| A.a.p. | Abortus provocatis (geplande abortus) |
| Afname navelstrengbloed (stamcellen) | Het is mogelijk bij de geboorte bloed uit de navelstreng af te nemen, de stamcellen te isoleren en op te slaan. |
| Anamnese | Medische voorgeschiedenis |
| Amniotomie | Kunstmatige breken van de vliezen |
| Apgar-test | Test wordt 1, 5 en 10 minuten na de geboorte uitgevoerd. De baby wordt beoordeeld op kleur, ademhaling, spierspanning, hartslag en reflexen. De score geeft de nood van eventuele reanimatie aan. |
B
| Bilirubine | Stof die vrijkomt in de lever bij de afbraak van de rode bloedlichaampjes |
| Biopsie | Het verwijderen van een klein stukje weefsel voor microscopisch onderzoek |
C
| Cervix | De baarmoederhals |
| Congenitaal | Aangeboren afwijking |
| Curretage | Het schoonmaken van de baarmoeder |
| Cystitus | Blaasontsteking |
E
| Epidurale verdoving | Soort plaatselijke verdoving waarbij men de medicatie inspuit rond het ruggenmerg tijdens de bevalling of een chirurgische ingreep. |
| Episiotomie | Het inknippen van de vulva (zone achter de vagina, boven de anus) tijdens de bevalling. Ook wel de knip genoemd, word voornamelijk gezet in geval van foetale nood. |
| Expressie extractie | Verlossing met de duwen op de buik. |
F
| Forcipale extractie | Tangverlossing |
| Foetale nood | Foetus (ongeboren kind) is in nood |
G
| Gravida | Zwangere vrouw |
| Gravida 1 | Voor de eerste keer zwanger |
| Gravida 2 | Voor de tweede keer zwanger (miskramen tellen ook mee) |
| Gravida 3 | Voor de derde keer zwanger (miskramen tellen ook mee) |
| Graviditeit | Zwangerschap |
| Gemelli | Geboorte van meerling |
H
| Hb-gehalte | IJzergehalte in je bloed. Lees meer over ijzertekort. |
| Hypertensie | Hoge bloeddruk |
| Hypotensie | Lage bloeddruk |
I
| Inleiding prostaglandines | Het inleiden van de bevalling met gel |
| Inleiding chemisch | Het inleiden van de bevalling met een infuus |
| In utero | In de baarmoeder |
K
| Knip | Inknippen. Latijnse benaming is episiotomie. Het inknippen van de vulva (zone tussen de vagina en de anus) tijdens de bevalling om te voorkomen dat de schede-opening en de anus inscheuren. |
L
| Lanugo | Nesthaar, het donzige lichaamshaar van de ongeboren baby |
| Lochia | Het vocht dat bij de vloeiingen van de kraamvrouw in de periode na de bevalling wordt afgescheiden |
| Lues | Verzamelnaam voor geslachtziekten |
M
| Mola zwangerschap | De vrouwelijke eicel is niet goed bevrucht. Zwangerschaps test is in eerste instantie wel positief. Het eitje valt daarna als het ware uit elkaar en kan gaan zwerven. Curritage is veelal noodzakelijk. |
| Mult | Vrouw die bevalt van de 2de (of meer) kind |
N
| Navelstreng | Verbindt de placenta met de baby. Voert zuurstofarmbloed en afvalproducten van de baby af en brengt voedingsstoffen en zuurstofrijk bloed van de moeder naar de baby. |
| NT-meting (nekplooimeting) | Onderzoek naar dikte van de nekplooi van de foetus. |
O
| Ochtendmisselijkheid | Misselijkheid en braken in het begin van de zwangerschap. Is het heel ernstig, dan wordt het ook hyperemesis gravidarum genoemd. |
| Oxytocine | Oxytocineis het hormoon dat contracties opwekt |
P
| Paracervicale verdoving | Plaatselijke verdoving voor de ontsluiting van de baarmoederhals |
| Pariteit | Bevalling |
| Pariteit 2 | Bevalling van 2de kind |
| Partus | De bevalling |
| Perineum | De huid rond de vagina en tussen de vagina en anus |
| Placenta praevia | Voorliggende placenta. De placenta ligt geheel of gedeeltelijk voor de baarmoedermond. |
| Placenta | Moederkoek of nageboorte. Orgaan in de baarmoeder dat via de navelstreng verbonden is met de foetus en dat van levensbelang is voor de groei en de ontwikkeling van de foetus. |
| Placenta loslating | Het te vroeg loskomen van de placenta |
| Placentamegalie | Abnormaal sterke groei van de placenta |
| Postpartum/ postnatale | Na de bevalling |
| Postpartum hemorragie | Hevig (meer dan 450 ml) bloedverlies na de bevalling |
| Pre-eclampsie (Zwangerschapsvergiftiging) | Een combinatie van symptomen, die alleen tijdens de zwangerschap voorkomt. Stadium voorafgaannd aan eclampsie. Behalve door oedeem, hoge bloeddruk en eiwit in de urine, wordt gekenmerkt door klachten zoals hoofdpijn, verwardheid, duizeligheid en soms depressiviteit. |
| Primigravida | Een vrouw die voor het eerst zwanger is |
| Primipara (priem) | Een vrouw die voor het eerst bevalt |
| Pruritus gravidarum | Jeuk tijdens de zwangerschap |
R
| Resusnegatief | De afwezigheid van de resusfactor in het bloed |
| Ruptuur | Inscheuren van de vagina tijdens de bevalling |
| Ruptuur (subtotaal) | Gedeeltelijk inscheuren van de vagina tijdens de bevalling |
| Ruptuur (totaal) | Geheel inscheuren van de vagina tot aan perineum (=de anus) tijdens de bevalling |
S
| Sectio (caesarea) | Keizersnede |
| Sectio (caesarea) primair | Geplande keizersnede |
| Sectio (caesarea) secundair | Niet geplande keizersnede |
| Serotiniteit | Overtijd raken (na 42 weken). Dreigende serotiniteit is bv bij 41,5 week zwangerschap |
| Sp.ab | Spontane abortus (miskraam) |
| Strippen | Vliezen losmaken van de baarmoedermond |
T
| Toucheren | Inwendig onderzoeken om de grootte van de ontsluiting te meten |
| Trombose | De vorming van een bloedklonter |
V
| Vacuum extractie | Verlossing met de vacvuumpomp |
| Vacuumextractor | Instrument met een zuignap dat gebruikt wordt om tijdens de bevalling het kind uit het geboortekanaal te leiden. Ook vacuumpomp genoemd. |
| Vaginale schimmelinfectie | Ontsteking die veroorzaakt wordt door een schimmel en meestal vagina en vulva aantast |
| Valse weeën | Contracties van de baarmoeder zonder dat de baarmoederhals onsluit |
| Varices | Spataderen Lees meer over spataderen. |
| Verloskundige | Moderne benaming voor vroedvrouw. Bekijk de korte film over wat de verloskundige doet. Lees hier over jouw eerste bezoek aan de verloskundige. |
| Vermoedelijke bevallingsdatum | Verwachte geboortedatum, 280 dagen na de eerste dag van de laatste menstruatie. Bereken de uitgerekende datum en andere belangrijke data. |
| Vernix | Vette substantie die de huid van de foetus in de baarmoeder beschermt |
| Verstrijken | Het dunner worden van de baarmoederhals |
| Vertex | De ligging waarbij de foetus met het hoofd eerst door het geboortekanaal gaat |
| Vlokken | Uitstulping van slijmvlies in de placenta, is heel belangrijkvoor de uitwisseling van voedingsstoffen uit het bloed van de moeder naar de placenta en de foetus |
| Vruchtwaterpunctie | Wegname van een kleinde hoeveelheid vruchtwater, dat gebruikt wordt om genetische afwijkingen op te sporen |
| Vruchtzak | Zak waarin de baby, de placenta en het vruchtwater zitten |
Z
| Zwangerschapsbraken | Hardnekkige misselijkheid, uitdroging en braken tijdens de zwangerschap, vooral in het eerste trimester |
| Zwangerschapsdiabetes | Het optreden of verergeren van suikerziekte tijdens de zwangerschap |
| Zwangerschapslijn | Bruine verkleuring in de vorm van een donkere lijn tussen het schaambeen en de navel |
| Zwangerschapsmasker | Onregelmatige, bruine pigmentvlekken op het gezicht of andere lichaamsdelen. |





