Waar ligt de balans?
Als werkende ouder is het een constant gevecht. Waar ligt de balans tussen mijn werk en mijn privéleven? In coole Engels-talige termen heet dat de ‘work-life balance’. In menig professionele training wordt erop gehamerd en je kunt flink wat geld verliezen aan cursussen die je beloven te helpen met het vinden van die balans. Maar hoe meer ik vecht met deze balans, hoe meer ik ontdek dat er niet echt een balans is. Er is alleen maar het leven. En ik heb er maar eentje van.
Mama, waar woon jij?
Ik heb leuk, maar druk werk. Vaak werk ik meer dan 8 uur per dag, soms draai ik dagen waarop ik `s ochtends om half 7 vertrek van huis en pas om 9 uur `s avonds thuis kom. En niet omdat ik levens aan het redden ben, maar omdat mijn experimenten (die echt nooit een Nobelprijs op gaan leveren) dat van me vragen en ik onderzoek echt geweldig vind. De lange dagen zijn slopend, maar ik ben keihard aan mijn carrière aan het timmeren en ik hoor om me heen dat ik me, als wetenschapper, wel degelijk op de kaart aan het zetten ben.
De grote keerzijde van deze lange, vermoeiende dagen is dat er weinig mama-tijd overblijft. Op de 12 urige dagen zie ik mijn dochter niet (wakker). Ik geef haar een kus voor ik ga en als ik thuiskom van mijn werk. Beide keren ligt ze lekker te slapen. Die dagen geven me het gevoel dat ik ‘de vrouw ben die op zondag de tofu snijd’ (aangezien we veganistisch zijn). En als ik Lauren wel wakker zie, dan ben ik vaak aan het einde van mijn Latijn en is het soms moeilijk om vrolijkheid uit te stralen of grenzen te stellen als zij ze opzoekt.
Ik weet dat voor mijn werk deze drukke weken slechts een periode van het jaar is en dat die aan het einde van de zomer wordt ingeruild door een rustigere tijd waarin ik de data analyseer en mijn rapporten en papers schrijf. Maar nu zit ik middenin dit gekkenhuis en loop ik vast op mijn werk-privé balans. Zeker toen Lauren vorige week vroeg waar ik woonde. Toen ik antwoordde “hier”, reageerde ze met: “Nee, papa en Lauren wonen hier. Mama woont op het werk.” Dat woog zwaar op mijn hart. Maar het was ook een waarschuwing dat iets moest veranderen.
Er is niet echt een balans
Om te veranderen moest ik eerst goed nadenken en ben ik ook nog in gesprek gegaan met professionals en professoren om mij heen. Als je langer met deze mensen, die het echt ‘gemaakt’ hebben in mijn vakgebied, praat, hoor je vooral één thema: er is niet echt een balans. Ondanks dat we er zo over blijven praten, vond ik dat een van mijn collega’s het goed zei. Deze zei dat er alleen maar leven is. En dat het fijn is als je werk, een nodig iets, leuk is en dat je er energie uit kunt halen, maar dat het leven, waarvan je er dus maar één hebt, echt veel belangrijker is.
Natuurlijk, zoals met veel van deze dingen, vinden en uitvoeren zijn twee verschillende dingen. En ondanks dat ik nog niet heb verzonnen hoe dit uit te voeren, denk ik dat dit feit realiseren een belangrijke stap voorwaarts is. Ik ben nog steeds ambitieus, maar ik erken wel dat nu mijn kleintje nog klein is, dat ik een belangrijkere rol in haar leven wil en daar ga ik zeker op korte termijn aan werken.
Dus hoe hard je ook wilt en kunt werken, ik denk dat als werkende ouder je moet kunnen blijven bijstellen wat je belangrijk vindt in je leven. En wat je nu belangrijk vindt en wat je nu een goede balans vindt, kun je echt over enkele weken anders zien. En dat mag. Maar vergeet dan ook niet dat je je balans ook weer kunt veranderen om het beter bij je gevoel te laten passen.







Plaats een reactie